regels VAN HET PROJECTBESLUIT

RAADHUISSTRAAT 24 TE HEEMSTEDE

 


 

Inhoudsopgave

 

Hoofdstuk 1    Inleidende regels 3

Artikel 1        Begrippen  3

Artikel 2        Wijze van meten  11

Hoofdstuk 2    BestemmingsRegels 13

Artikel 3        Centrum-1  13

Artikel 4        Slotregel 17

Bijlage I         Staat van bedrijfsactiviteiten  18

Bijlage II        Kaart van het Winkelgebied  25

 

 

 

 


Hoofdstuk 1    Inleidende regels

 

Artikel 1   Begrippen

 

Plan:

het projectbesluit “Raadhuisstraat 24” van de gemeente Heemstede;

 

Projectbesluit:

de geometrisch bepaalde planobject als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.@.@.GML met de bijbehorende regels.

 

Aan-huis-gebonden-beroep:

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied dat door de gebruiker van een woning in die woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

 

Aan-en uitbouw:

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat en waaraan het in architectonisch opzicht ondergeschikt is;

 

Aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar

ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het

bebouwen van deze gronden;

 

Aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

 

Achtergevel:

gevel aan de achterzijde van een huis of gebouw;

 

Archeologische waarden:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende cultuurhistorische overblijfselen;

 

Balustrade:

afscheiding van een vloer, balkon of dak zoals bijvoorbeeld een hekwerk;

 

Bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

 


Bebouwingspercentage:

een in de regels of met een maatvoeringsaanduiding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

 

Bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

 

Bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

 

Bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming of het toegelaten gebruik van het gebouw of terrein, noodzakelijk is;

 

Beperkte horecavoorziening:
horecavoorziening die voor wat betreft de exploitatievorm ondergeschikt is aan de hoofdfunctie detailhandel, zoals bijvoorbeeld een koffiehoek, proeflokaal van wijnen, zitgedeelte van een banketbakker, patisserie of ijssalon;

 

Bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

 

Bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

 

Bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat daaraan ondergeschikt is;

 

Bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het

vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen

of veranderen van een standplaats;

 

Bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

 

Bouwlaag:

een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 meter in hoogte verschillen, zulks met uitsluiting van kelder, onderbouw en uitsluitend voor berging geschikte zolder;

 

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij

elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

 

Bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel;

 

Bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de

regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

 

Bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die

hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun

vindt in of op de grond;

 

Casino/automatenhal:

bedrijf, dat is gericht op het bieden van gelegenheid tot de beoefening van kans- of behendigheidsspelen, al dan niet met behulp van automaten of apparatuur;

 

Consumentenvuurwerk:

vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik;

 

Dakhelling:

de hoek van een dakvlak ten opzichte van de horizontale (verdiepings)vloer;

 

Dakkapel:

constructie ter vergroting van een gebouw dat tenminste aan de boven- en onderzijde door het dakvlak wordt omsloten;

 

Dakopbouw

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie boven de oorspronkelijke goothoogte uitkomt en de onderzijde van de constructie in het platte dakvlak is geplaatst;

 

Dakterras:

een afgescheiden buitenruimte op een plat dak;

 

Dakvlak:

een vlak van het dak of de kap;


Detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of het leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

 

Detailhandel in volumineuze goederen:

detailhandel in goederen die vanwege hun omvang en/of aard een groot uitstallingsoppervlak nodig hebben, zoals bijvoorbeeld:

a.       detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;

b.      detailhandel in auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;

c.       tuincentra;

d.      grootschalige meubelbedrijven, al dan niet – in ondergeschikte mate – in combinatie met woninginrichting en stoffering;

e.       bouwmarkten;

 

Dienstverlenend bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks, al dan niet via een balie, te woord wordt gestaan en geholpen zoals bijvoorbeeld reisbureaus, kapsalons, pedicures, makelaarskantoren en bankfilialen;

 

Erf (woningwet):

al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct hoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst;

 

Perceel- en terreinafscheiding:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bedoeld is om (een gedeelte van) een perceel of een terrein af te scheiden;

 

Erker:

een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een “lichte” constructie met een overwegend transparante uitstraling, ondergeschikt in het gevelbeeld;

 

Gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk

met wanden omsloten ruimte vormt;

 

Geluidszoneringsplichtige inrichting:

inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld;


Gevel:

het van buitenaf zichtbare deel van de muur van een gebouw;

 

Gevellijn:

een geometrisch bepaalde lijn, al dan niet gemarkeerd door een nadere aanduiding ter plaatse, die door bebouwing naar de wegzijde, dan wel de van de weg afgekeerde zijde en naar de zijdelingse perceelsgrens toe niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn of kunnen worden toegestaan en die tevens dient als (hoofd)oriëntatie voor hoofdgebouwen;

 

Haagondersteunende constructie:

perceel- of terreinafscheiding, bestaande uit een gaaswerk aan palen en die bedoeld is om volledig begroeid te zijn met groenblijvende planten;

 

Hoofdgebouw:

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

 

Horecabedrijf/voorziening:

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt;

 

Horecabedrijf-categorie 1:

horecabedrijf, gericht op:

a.       winkelondersteuning en primair afgestemd op de winkelopeningstijden, zoals bijvoorbeeld snackbars/cafetaria, lunchrooms, petit-restaurants, grand-cafés en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

b.      spijsverstrekking, niet afgestemd op de winkelopeningstijden en ook in de avonduren geopend, zoals bijvoorbeeld snackbars, shoarmazaken en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

c.       maaltijd- en logiesverstrekking, niet afgestemd op de winkelopeningstijden en  ook in de avonduren geopend, zoals bijvoorbeeld restaurants, bistro’s, eetcafés, pizzeria’s, en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven, alsmede hotels en pensions;

 

Horecabedrijf-categorie 2:

horecabedrijf, gericht op het verstrekken van alcoholische dranken en (in de regel) op het geven van gelegenheid om te luisteren naar mechanische muziek, niet afgestemd op de winkelopeningstijden en is in de avonduren en deels in de nachtperiode geopend, zoals bijvoorbeeld cafés, bars en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

 


Horecabedrijf-categorie 3:

horecabedrijf, gericht op het bieden van entertainment, het verstrekken van alcoholische dranken en het geven van gelegenheid tot het luisteren naar (live) muziek en tot dansen en ander vermaak, niet afgestemd op de winkelopeningstijden en in de regel ook in de nachtperiode geopend, zoals bijvoorbeeld discotheken, bardancings, partycentra en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

 

Kantoor:

(deel van een) gebouw voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden;

 

Kapopbouw

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst;

 

Kelder:

(het deel van) een gebouw dat binnen het bouwvlak en volledig onder het peil ligt;

 

Maaiveld:

bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft;

 

Maatschappelijke instelling/voorziening:

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en/of levensbeschouwelijke voorziening, voorziening ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorziening ten behoeve van openbare dienstverlening;

 

NEN:

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan;

 

Nutsvoorziening:

een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer, het wegverkeer of de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

 

Onderbouwing:

(deel van) een bouwwerk dat buiten het bouwvlak en volledig onder het maaiveld ligt;

 

Overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en waarvan de oppervlakte groter is dan 1 m²;

 

Perceelsgrens:

de scheidslijn van een perceel met de naastgelegen percelen;


(Raam)Prostitutie:

het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander;

 

Restauratieve voorziening:

horecavoorziening die voor wat betreft de exploitatievorm behoort bij en ondergeschikt is aan de hoofdfunctie (bijvoorbeeld maatschappelijke, sociaal-culturele, kantoor- of bedrijfsfunctie) en waarvan de hoofddoelstelling is niet het commercieel voeren van een horecabedrijf is, zoals bijvoorbeeld een bedrijfskantine of –restaurant, kantines van maatschappelijke of sociaal-culturele instellingen en sportkantines;

 

Risicovolle inrichting:

inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico, c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

 

Seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

 

Staat van Bedrijfsactiviteiten:

de Staat van Bedrijfsactiviteiten, c.q. Inrichtingen die onderdeel uitmaakt van deze regels;

 

Topgevel:

een gevel met een in een punt uitlopend geveldeel, doorgaans gesitueerd aan de korte zijde van een gebouw, zoals bijvoorbeeld een halsgevel, een klokgevel, een puntgevel, een tuitgevel of een trapgevel;

 

Tuin, terrein:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

 

Uitbouw:

een gebouw dat ter vergroting van een bestaande ruimte zonder scheidende tussenwanden is gebouwd aan een hoofdgebouw en waaraan het in architectonisch opzicht ondergeschikt is;

 

Uitstalling:

voorziening voor de tentoonstelling van te verkopen waren;

 

Verblijfsgebied:

dat deel van de openbare ruimte, waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie, zoals bijvoorbeeld in woonwijken en winkelgebieden;

 

Voorgevel:

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;

 

Waterbeheerder:

het betreffende waterschap verantwoordelijk voor het integrale waterbeheer in Heemstede (in 2010: het Hoogheemraadschap van Rijnland);

 

Winkelgebied:

het gebied zoals dit is weergegeven op de van deze regels deel uitmakende “Kaart van het Winkelgebied”.

 

Woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende groep van

personen;

 

Woongebouw:

een voor bewoning door één of meer huishoudens bestemd gebouw;


Artikel 2   Wijze van meten

 

2.1     Peil

 

Bij de toepassing van deze regels wordt onder peil verstaan:

a.       bij ligging op een afstand van minder dan 10 meter uit de as van de weg: de kruin van de weg;

b.      bij aan- of uitbouwen: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer;

c.       bij ligging anderszins: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein;

d.      indien in of boven het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil.

 

2.2     Wijze van meten en berekenen

 

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

a.       de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

b.      de goothoogte van een bouwwerk:        

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

c.       de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

d.      de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk,  geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

e.       de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,

neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

f.        afstanden tussen bouwwerken onderling en tussen bouwwerken en perceelgrenzen:

daar waar de betreffende afstand het kleinst is;

g.       de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens;

h.       vloeroppervlakte:

de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580;

 


2.3     Overschrijding bouwgrenzen

 

2.3.1  Ondergeschikte bouwdelen

a.       Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden buiten beschouwing gelaten:

1.      plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, reclameobjecten, ventilatiekanalen, schoorstenen, (schotel)antennes en daarmee naar hun ruimtelijke invloed gelijk te stellen ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 1m bedraagt;

2.      ondergeschikte bouwdelen als liftkokers, ventilatiekanalen, schoorstenen en (schotel) antennes op een dakvlak, mits die bouwdelen niet verder dan 2 meter buiten dat dakvlak steken;

3.      ondergeschikte bouwdelen als lichtstraten, dakramen, en zonne(warmte)-collectoren op een dakvlak, mits lichtstraten niet verder dan 0,5 meter buiten dat dakvlak steken en overige ondergeschikte bouwdelen niet verder dan 0,2 meter;

4.      funderingen, stoepen, stoeptreden, hellingbanen, erkers, toegangsportalen, veranda's, balkons, luifels en overstekende daken, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt;

5.      topgevels.

 

b.      Bij de toepassing van deze regels worden dakkapellen, dakopbouwen en dakterrassen niet aangemerkt als ondergeschikte bouwdelen; op deze bouwdelen zijn de bouwregels van de betreffende bestemming van toepassing.

 

2.3.2  Kapopbouwen en dakopbouwen

De goothoogte van een gebouw mag worden overschreden ten behoeve van kapopbouwen en dakopbouwen indien:

a.       de met de maatvoeringsaanduiding in het bouwvlak aangegeven (bouw)hoogte hoger is dan de met de maatvoeringsaanduiding in het bouwvlak aangegeven goothoogte en;

b.      geen deel van het gebouw waarvan de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte is bepaald, mag uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken die de betreffende gevels snijden ter hoogte van de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte en terugvallen onder hoeken van 70° met de horizon. Deze bepaling is niet van toepassing op ondergeschikte bouwdelen, topgevels en dakkapellen.

 


Hoofdstuk 2    BestemmingsRegels

 

Artikel 3   Centrum-1

 

3.1     Bestemmingsomschrijving

 

3.1.1  De voor ”Centrum-1” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       detailhandel, al dan niet in combinatie met een beperkte horecavoorziening;

b.      dienstverlenende bedrijven en/of instellingen;

c.       kantoren;

d.      bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1, onder categorie 1 en 2 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn;

e.       maatschappelijke instellingen;

f.        het wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-gebonden beroep;

g.       horecabedrijven - categorie 1, met dien verstande dat het totale aantal vestigingen, inclusief de vestigingen, als bedoeld onder h., niet meer bedraagt dan 20;

h.       horecabedrijven tot en met categorie 2 ter plaatse van de aanduiding “horeca van categorie 2”;

i.         speelautomatenhallen;

j.        parkeertereinen ter plaatse van de aanduiding “parkeerterrein”:

k.       langzaamverkeerverbindingen ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van verkeer - langzaamverkeerversbinding”:

 

met daaraan ondergeschikt:

l.         parkeervoorzieningen;

m.     groenvoorzieningen;

n.       speelvoorzieningen;

o.       restauratieve voorzieningen;

p.      water;

q.      openbare nutsvoorzieningen;

r.        (ontsluitings)wegen, straten en paden;

met de daarbij behorende:

s.       niet voor bewoning bestemde gebouwen en overkappingen;

t.        tuinen en terreinen;

u.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

3.2     Bouwregels

 

3.2.1   Voor het bouwen op de in artikel 3.1.1 genoemde gronden gelden de volgende regels:

a.       een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.      de goothoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

c.       de (bouw)hoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de voorzijde van een gebouw in het winkelgebied, met inbegrip van de (hoofd)toegang, moet zijn gesitueerd aan de aangrenzende openbare ruimte;

e.       daar waar een gebouw in het winkelgebied met meerdere zijden aan de openbare ruimte is gelegen, moet de voorzijde van het gebouw, met inbegrip van de (hoofd)toegang zijn gesitueerd aan de openbare ruimte met de belangrijkste centrumfunctie, te weten de Binnenweg en de Raadhuisstraat;

f.        de dakhelling mag niet meer bedragen dan 70°;

g.       dakkapellen zijn toegestaan op:

1.      het achterdakvlak en op zijdakvlakken die niet aan de weg of openbaar groen zijn gelegen;

2.      het voordakvlak en op zijdakvlakken die aan de weg of openbaar groen zijn gelegen, mits de breedte niet meer bedraagt dan 50 % van de gevel onder het betreffende dakvlak;

h.       dakkapellen zijn niet toegestaan:

1.      op 2 verschillende hoogtes in een dakvlak;

2.      op een dakvlak met een helling van minder dan 30°.

 

3.2.2   Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.       de goot- en bouwhoogte mogen ten hoogste de ter plaatse van de aanduidingen “maximale goothoogte (m)” en “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogtes bedragen;

b.      In afwijking van het bepaalde onder a. mogen de goot- en bouwhoogte, voor zover gelegen op minder dan 3 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen het verlengde van de zijgevels en/of van het hoofdgebouw scheidende wanden, niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerdert met 0,25 m, met een maximum van 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein.

 

3.2.3   Voor het bouwen van de in 3.1.1. onder u. bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.


 

3.2.4   Voor ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:

a.       een kelder moet binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.      buiten het bouwvlak mag geen onderbouwing worden gebouwd.

 

3.2.5   Voor het bouwen van dakterrassen gelden de volgende regels:

a.       het dak van een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw of aangebouwde overkapping mag worden gebruikt als dakterras;

b.      de in artikel 3.2.2, onder a. bepaalde goothoogte en de onder b. bepaalde goot- en bouwhoogte mag worden overschreden door een balustrade, met dien verstande dat de bouwhoogte van de balustrade niet meer dan 1,20 meter bedraagt, gemeten vanaf de bovenzijde van de (on)afgewerkte vloer van het dakterras.

 

3.4     Ontheffing van de bouwregels

 

3.4.1   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gestelde in 3.2.4, onder b. onder de volgende voorwaarden:

a.       voor zover de gronden zijn aangeduid met een maatvoeringsaanduiding, mag buiten het bouwvlak ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage (%)” aangegeven percentage aan onderbouwing worden gebouwd;

b.      de maximale diepte is 4 meter;

c.       burgemeester en wethouders vragen de waterbeheerder om advies.

 

3.5     Gebruiksregels

 

3.5.1   Binnen deze bestemming worden in ieder geval niet toegestaan:

a.       het gebruik van gronden ten behoeve van geluidszoneringsplichtige en/of risicovolle inrichtingen;

b.      het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecabedrijven, categorie 2 en 3, onverminderd het bepaalde in artikel 3.1.1, onder h.;

c.       het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in volumineuze goederen;

d.      het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen;

e.       het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

f.        het gebruik van gronden en gebouwen voor opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;

g.       activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage;

h.       het gebruik van een bijgebouw voor bewoning;

i.         het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-gebonden beroep.

 

3.5.2   In de verdiepingslagen is uitsluitend wonen toegestaan.

 

3.5.3   Voor de omvang van een aan-huis-gebonden beroep geldt de volgende regel:

de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep mag niet meer bedragen dan 25 % van de vloeroppervlakte van de desbetreffende woning, inclusief de daarbij behorende aan- en uitbouwen, met een maximum van 75 m².

 

3.5.4   Voor de omvang van een beperkte horecavoorziening gelden de volgende regels:

a.       de bruto vloeroppervlakte voor het gebruik ten behoeve van een beperkte horecavoorziening mag ten hoogste 50 % van de bruto vloeroppervlakte van de betreffende detailhandelvestiging (inclusief de horecavoorziening) bedragen;

b.      het aantal zitplaatsen ten behoeve van het horecagedeelte mag niet meer bedragen dan 16.

 

3.5.5   Voor de (nieuw)vestigingen in het winkelgebied gelden de volgende regels:

a.       het bruto vloeroppervlak van een (nieuw)vestiging, niet zijnde een woning of een supermarkt, mag ten hoogste 1.000 m² bedragen;

b.      het aantal woningen, aanwezig in de begane grondlaag op het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan, mag niet worden uitgebreid.

 

3.6     Ontheffing van de gebruiksregels

 

3.6.1   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.1.1, onder d., voor de vestiging van in de bijlage 1 genoemde bedrijven, die zijn opgenomen in categorie 3.1 en 3.2, dan wel bedrijven die naar aard en omvang van de te verrichten bedrijfsactiviteiten en naar invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) gelijkwaardig zijn aan deze categorieën.

 

3.6.2   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.5.1, onder e. ten behoeve van de vestiging van een seksinrichting, indien:

a.       met de vestiging van een seksinrichting het totale aantal seksinrichtingen in de gemeente van twee niet wordt overschreden;

b.      de onderlinge afstand tussen het pand, waarin de seksinrichting wordt gevestigd en enig ander pand, gemeten waar die afstand het kortst is, minimaal 25 meter is;

c.       de seksinrichting wordt geëxploiteerd in aaneengesloten ruimten, waarvan de totale bruto vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 25 % van de vloeroppervlakte van het betreffende gebouw, inclusief de  daarbij behorende aan- en uitbouwen, met een maximum van 75 m²;

d.      voor bezoekers van de seksinrichting voldoende parkeergelegenheid op het terrein of perceel behorende tot de seksinrichting, dan wel voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving aanwezig is;

e.       de seksinrichting niet wordt geëxploiteerd in de vorm van raamprostitutiebedrijf;

f.        de seksinrichting niet wordt gevestigd en geëxploiteerd in een bijgebouw.


3.6.3  Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.5.2 ten behoeve van de vestiging van centrumfuncties, anders dan het wonen, in de verdiepingslagen, als door de aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende wordt aangetoond dat:

a.       uitbreiding naar de verdiepingslagen voor een doelmatige uitoefening van het bedrijf van aanvrager noodzakelijk is en;

b.      de mogelijkheden voor uitbreiding van het bruto vloeroppervlak op de begane grond niet aanwezig zijn.

 

3.6.4   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in artikel 3.5.4 genoemde percentage en/of het aantal zitplaatsen ten behoeve van een beperkte horecavoorziening, indien het horecagedeelte een directe en sterke band heeft met het winkelgedeelte, zoals bijvoorbeeld bij een banketbakkerij, patisserie, ijssalon of drankenwinkel.

 

3.6.5   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.5.5, onder b. ten behoeve van uitbreiding van het aantal vestigingen van maatschappelijke dienstverlening en woningen op de begane grondlaag, als door de aanvrager een rapport wordt overlegd waarin wordt aangetoond dat:

a.       het functioneren van het gedeelte van het winkelgebied, waarin de vestiging is gelegen, niet onevenredig verslechtert en;

b.      het functioneren van het winkelgebied als geheel niet onevenredig verslechtert.

 

Artikel 4   Slotregel

 

Deze regels kunnen worden aangehaald als “Regels van het projectbesluit Raadhuisstraat 24 te Heemstede”.

 

burgemeester en wethouders van Heemstede,

de secretaris,                           de burgemeester,

 

 

mr. W. van den Berg                                         mw. drs. M.J.C. Heeremans


Bijlage I    Staat van bedrijfsactiviteiten

 


SBI-CODE

OMSCHRIJVING

              AFSTANDEN IN METERS

 

 

 

 

 

-

 

GEUR

STOF

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

 

 

 

 

 

 

 

 

17

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

 

 

 

 

 

 

171

Bewerken en spinnen van textielvezels

10

50

100

30

100

3.2

172

Weven van textiel:

 

 

 

 

 

 

172

- aantal weefgetouwen < 50

10

10

100

0

100

3.2

173

Textielveredelingsbedrijven

50

0

50

10

50

3.1

174, 175

Vervaardiging van textielwaren

10

0

50

10

50

3.1

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

0

10

50

10

50

3.1

18

 

 

 

 

 

 

 

18

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

 

 

 

 

 

181

Vervaardiging kleding van leer

30

0

50

0

50

3.1

182

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

10

30

2

183

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

50

10

10

10

50

3.1

19

 

 

 

 

 

 

 

19

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)

 

 

 

 

 

 

192

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

50

10

30

10

50

3.1

193

Schoenenfabrieken

50

10

50

10

50

3.1

20

 

 

 

 

 

 

 

20

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

 

 

 

 

 

2010.1

Houtzagerijen

0

50

100

50

100

3.2

2010.2

Houtconserveringsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2010.2

- met zoutoplossingen

10

30

50

10

50

3.1

202

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

100

30

100

10

100

3.2

203, 204, 205

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout

0

30

100

0

100

3.2

203, 204, 205

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2

0

30

50

0

50

3.1

205

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

10

30

0

30

2

21

 

 

 

 

 

 

 

21

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN

 

 

 

 

 

 

2102

Papier- en kartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2112

- p.c. < 3 t/u

50

30

50

30

50

3.1

212

Papier- en kartonwarenfabrieken

30

30

100

30

100

3.2

2121.2

Golfkartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2121.2

- p.c. < 3 t/u

30

30

100

30

100

3.2

22

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

 

 

 

 

 

2221

Drukkerijen van dagbladen

30

0

100

10

100

3.2

2222

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

30

0

100

10

100

3.2

2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

0

30

2

2223

Grafische afwerking

0

0

10

0

10

1

2223

Binderijen

30

0

30

0

30

2

2224

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

10

30

2

2225

Overige grafische aktiviteiten

30

0

30

10

30

2

223

Reproduktiebedrijven opgenomen media

0

0

10

0

10

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

24

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

2442

- verbandmiddelenfabrieken

10

10

30

10

30

2

2462

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2462

- zonder dierlijke grondstoffen

100

10

100

50

100

3.2

2464

Fotochemische produktenfabrieken

50

10

100

50

100

3.2

2466

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

50

10

50

50

50

3.1

25

 

 

 

 

 

 

 

26

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

262, 263

Aardewerkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

10

10

30

10

30

2

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW

30

50

100

30

100

3.2

27

 

 

 

 

 

 

 

28

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

 

 

 

 

 

281

Constructiewerkplaatsen:

 

 

 

 

 

 

281

- gesloten gebouw

30

30

100

30

100

3.2

281

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2

30

30

50

10

50

3.1

284

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

50

30

100

30

100

3.2

284

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

30

30

50

10

50

3.1

2851

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2851

- algemeen

50

50

100

50

100

3.2

2851

- metaalharden

30

50

100

50

100

3.2

2851

- lakspuiten en moffelen

100

30

100

50

100

3.2

2851

- scoperen (opspuiten van zink)

50

50

100

30

100

3.2

2851

- thermisch verzinken

100

50

100

50

100

3.2

2851

- thermisch vertinnen

100

50

100

50

100

3.2

2851

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)

30

50

100

30

100

3.2

2851

- anodiseren, eloxeren

50

10

100

30

100

3.2

2851

- chemische oppervlaktebehandeling

50

10

100

30

100

3.2

2851

- emailleren

100

50

100

50

100

3.2

2851

- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)

30

30

100

50

100

3.2

2852

Overige metaalbewerkende industrie

10

30

100

30

100

3.2

2852

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2

10

30

50

10

50

3.1

287

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

 

 

 

 

 

 

287

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

30

30

100

30

100

3.2

287

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

30

30

50

10

50

3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

29

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

 

 

 

 

 

 

29

Machine- en apparatenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

29

- p.o. < 2.000 m2

30

30

100

30

100

3.2

30

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

 

 

 

 

 

30

 

 

 

 

 

 

 

30

Kantoormachines- en computerfabrieken

30

10

30

10

30

2

31

 

 

 

 

 

 

 

31

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

314

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

100

30

100

50

100

3.2

316

Elektrotechnische industrie n.e.g.

30

10

30

10

30

2

32

 

 

 

 

 

 

 

32

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

321 t/m 323

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.

30

0

50

30

50

3.1

3210

Fabrieken voor gedrukte bedrading

50

10

50

30

50

3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

 

 

 

 

 

33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

30

0

30

0

30

2

34

 

 

 

 

 

 

 

34

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

 

 

 

 

 

 

341

Autofabrieken en assemblagebedrijven

 

 

 

 

 

 

343

Auto-onderdelenfabrieken

30

10

100

30

100

3.2

35

 

 

 

 

 

 

 

35

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

 

 

 

 

 

 

351

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

351

- houten schepen

30

30

50

10

50

3.1

351

- kunststof schepen

100

50

100

50

100

3.2

354

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

30

10

100

30

100

3.2

355

Transportmiddelenindustrie n.e.g.

30

30

100

30

100

3.2

36

 

 

 

 

 

 

 

36

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

 

 

 

 

 

361

Meubelfabrieken

50

50

100

30

100

3.2

361

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

0

10

10

0

10

1

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

10

30

2

363

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

10

30

2

364

Sportartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

365

Speelgoedartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

3661.1

Sociale werkvoorziening

0

30

30

0

30

2

3661.2

Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

30

10

50

30

50

3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

PRODUKTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

 

 

 

 

 

 

40

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

 

 

 

 

 

 

40

- < 10 MVA

0

0

30

10

30

2

40

- 10 - 100 MVA

0

0

50

30

50

3.1

40

- 100 - 200 MVA

0

0

100

50

100

3.2

40

Gasdistributiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

40

- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A

0

0

10

10

10

1

40

- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C

0

0

30

10

30

2

40

- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D

0

0

50

50

50

3.1

40

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

 

 

 

 

 

 

40

- stadsverwarming

30

10

100

50

100

3.2

40

- blokverwarming

10

0

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

41

WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER

 

 

 

 

 

 

41

Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:

 

 

 

 

 

 

41

- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling

10

0

50

30

50

3.1

41

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

 

 

 

 

 

 

41

- < 1 MW

0

0

30

10

30

2

41

- 1 - 15 MW

0

0

100

10

100

3.2

45

 

 

 

 

 

 

 

45

BOUWNIJVERHEID

 

 

 

 

 

 

45

Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m²

10

30

100

10

100

3.2

45

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²

10

30

50

10

50

3.1

45

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m²

10

30

50

10

50

3.1

45

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²

0

10

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

50

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

 

 

 

 

 

501, 502, 504

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

10

0

30

10

30

2

502

Groothandel in vrachtauto's (incl. import)

10

10

100

10

100

3.2

5020.4

Autoplaatwerkerijen

10

30

100

10

100

3.2

5020.4

Autobeklederijen

0

0

10

10

10

1

5020.4

Autospuitinrichtingen

50

30

30

30

50

3.1

5020.5

Autowasserijen

10

0

30

0

30

2

503, 504

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

0

0

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

51

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

 

 

 

 

 

511

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

5121

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

30

30

50

30

50

3.1

5122

Grth in bloemen en planten

10

10

30

0

30

2

5123

Grth in levende dieren

50

10

100

0

100

3.2

5124

Grth in huiden, vellen en leder

50

0

30

0

50

3.1

5125, 5131

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

30

10

30

50

50

3.1

5132, 5133

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën

10

0

30

50

50

3.1

5134

Grth in dranken

0

0

30

0

30

2

5135

Grth in tabaksprodukten

10

0

30

0

30

2

5136

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

0

30

2

5137

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

0

30

2

5138, 5139

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

10

30

2

514

Grth in overige consumentenartikelen

10

10

30

10

30

2

5148.7

Grth in vuurwerk en munitie:

 

 

 

 

 

 

5148.7

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton

10

0

30

10

30

2

5148.7

- munitie

0

0

30

30

30

2

5151.1

Grth in vaste brandstoffen:

 

 

 

 

 

 

5151.1

- klein, lokaal verzorgingsgebied

10

50

50

30

50

3.1

5151.2

Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:

 

 

 

 

 

 

5151.3

Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)

100

0

30

50

100

3.2

5152.1

Grth in metaalertsen:

 

 

 

 

 

 

5152.2 /.3

Grth in metalen en -halffabrikaten

0

10

100

10

100

3.2

5153

Grth in hout en bouwmaterialen:

 

 

 

 

 

 

5153

- algemeen: b.o. > 2000 m²

0

10

50

10

50

3.1

5153

- algemeen: b.o. <= 2000 m²

0

10

30

10

30

2

5153.4

zand en grind:

 

 

 

 

 

 

5153.4

- algemeen: b.o. > 200 m²

0

30

100

0

100

3.2

5153.4

- algemeen: b.o. <= 200 m²

0

10

30

0

30

2

5154

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

 

 

 

 

 

 

5154

- algemeen: b.o. > 2.000 m²

0

0

50

10

50

3.1

5154

- algemeen: b.o. < = 2.000 m²

0

0

30

0

30

2

5155.1

Grth in chemische produkten

50

10

30

100

100

3.2

5155.2

Grth in kunstmeststoffen

30

30

30

30

30

2

5156

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

30

10

30

2

5162

Grth in machines en apparaten:

 

 

 

 

 

 

5162

- machines voor de bouwnijverheid

0

10

100

10

100

3.2

5162

- overige

0

10

50

0

50

3.1