regels bestemmingsplan

 

Vogelpark en omgeving

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

Inhoudsopgave

 

Artikel 1      Begrippen  4

Artikel 2      Wijze van meten  11

Artikel 3     Bedrijf -1  13

Artikel 4      Centrum-2  15

Artikel 5      Groen  19

Artikel 6      Tuin  20

Artikel 7      Verkeer 21

Artikel 8      Water 23

Artikel 9      Wonen  24

Artikel 10   Leiding-Water 28

Artikel 11   Anti-dubbeltelbepaling  30

Artikel 12   Algemene ontheffingsbevoegdheid  30

Artikel 13   Algemene wijzigingsregels 30

Artikel 14   Overgangsrecht 31

Artikel 15   Slotregel 32

Bijlage I Staat van bedrijfsactiviteiten  33

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Hoofdstuk 1 Inleidende regels

 

Artikel 1   Begrippen

 

Plan:

het bestemmingsplan Vogelpark en omgeving van de gemeente Heemstede;

 

Bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0397.BPvogelparkeo-0201 met de bijbehorende regels;

 

Aan-huis-gebonden beroep:
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied dat door de gebruiker van een woning in die woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

 

Aan-en uitbouw:

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat en waaraan het in architectonisch opzicht ondergeschikt is;

 

Aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar

ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het

bebouwen van deze gronden;

 

Aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

 

Achtergevel:

gevel aan de achterzijde van een huis of gebouw;

 

Balustrade:

afscheiding van een vloer, balkon of dak bijvoorbeeld een hekwerk;

 

Bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

 

Bebouwingspercentage:
een in de regels of met een maatvoeringsaanduiding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

 

 

Bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

 

Beperkte horecavoorziening:
horecavoorziening die voor wat betreft de exploitatievorm ondergeschikt is aan de hoofdfunctie detailhandel bijvoorbeeld een koffiehoek, proeflokaal van wijnen, zitgedeelte van een banketbakker, patisserie of ijssalon;

 

Beschoeiing:

constructies die een oever of waterkant beschermen tegen afkalven, golfkrachten en andere invloeden die de stabiliteit van de waterkant in gevaar brengen;

 

Bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

 

Bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

 

Bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat daaraan ondergeschikt is;

 

Bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het

vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen

of veranderen van een standplaats;

 

Bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

 

Bouwlaag:

een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 meter in hoogte verschillen, zulks met uitsluiting van kelder, onderbouw en uitsluitend voor berging geschikte zolder;

 

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij

elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

 

Bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel;

 

 

Bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de

regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

 

Bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die

hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun

vindt in of op de grond;

 

Consumentenvuurwerk:

vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik;

 

Culturele ruimte hobbymatig gebruik

een gebouw gebruikt ten behoeve van culturele doeleinden zoals geluidstudio met een hobbymatig karakter zonder winstoogmerk;

 

Dakhelling:

de hoek van een dakvlak ten opzichte van de horizontale (verdiepings)vloer;

 

Dakkapel:

constructie ter vergroting van een gebouw dat tenminste aan de boven- en onderzijde door het dakvlak wordt omsloten;

 

Dakopbouw

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie boven de oorspronkelijke goothoogte uitkomt en de onderzijde van de constructie in het platte dakvlak is geplaatst;

 

Dakterras:

een afgescheiden buitenruimte op een plat dak;

 

Dakvlak:

een vlak van het dak of de kap;

 

Detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uistalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of het leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

 

Detailhandel in volumineuze goederen:

detailhandel in goederen die vanwege hun omvang en/of aard een groot uitstallingsoppervlak nodig hebben, bijvoorbeeld:

·          detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;

·          detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;

·          tuincentra;

·          grootschalige meubelbedrijven, al dan niet – in ondergeschikte mate – in combinatie met woninginrichting en stoffering;

·          bouwmarkten;

 

Dienstverlenend bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks, al dan niet via een balie, te woord wordt gestaan en geholpen zoals reisbureaus, kapsalons, pedicures, makelaarskantoren en bankfilialen;

 

Erf (woningwet):

al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct hoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst;

 

Perceel- en terreinafscheiding:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bedoeld is om (een gedeelte van) een perceel of een terrein af te scheiden;

 

Erker:

een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een “lichte” constructie met een overwegend transparante uitstraling, ondergeschikt in het gevelbeeld;

 

Garage:

gebouwen ten behoeve van het stallen van vervoermiddelen en andere niet voor de (detail)handel bestemde goederen;

 

Gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk

met wanden omsloten ruimte vormt;

 

Geluidszoneringsplichtige inrichting:

inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld;

 

Gevellijn:

een geometrisch bepaalde lijn, al dan niet gemarkeerd door een nadere aanduiding ter plaatse, die door bebouwing naar de wegzijde, dan wel de van de weg afgekeerde zijde en naar de zijdelingse perceelsgrens toe niet mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen die krachtens deze regels zijn of kunnen worden toegestaan en die tevens dient als (hoofd)oriëntatie voor hoofdgebouwen;

 

 

Haagondersteunende constructie:

perceel- of terreinafscheiding, bestaande uit een gaaswerk aan palen en die bedoeld is om volledig begroeid te zijn met groenblijvende planten;

 

Hoofdgebouw:

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

 

Kampeermiddelen:

niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;

 

Kantoor:

(deel van een) gebouw voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden;

 

Kelder:

(het deel van) een gebouw dat binnen het bouwvlak en volledig onder het peil ligt;

 

NEN:

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan;

 

Nutsvoorziening:

Een gebouw ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer, het wegverkeer of de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

 

Onderbouwing:

(deel van) een bouwwerk dat buiten het bouwvlak en volledig onder het maaiveld ligt;

 

Overkapping:

een bouwwerk geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en waarvan de oppervlakte groter is dan 1 m²;

 

Perceelsgrens:

de scheidslijn van een perceel met de naastgelegen percelen;

 

(Raam)Prostitutie:

het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander;

 

Restauratieve voorziening:

horecavoorziening die voor wat betreft de exploitatievorm behoort bij en ondergeschikt is aan de hoofdfunctie (maatschappelijke, sociaal-culturele, kantoor- of bedrijfsfunctie) en waarvan de hoofddoelstelling is niet het commercieel voeren van een horecabedrijf is, zoals bijvoorbeeld een bedrijfskantine of –restaurant, kantines van maatschappelijke of sociaal-culturele instellingen en sportkantines;

 

Risicovolle inrichting:

inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico, c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

 

Seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

 

Staat van Bedrijfsactiviteiten / Inrichtingen:

de Staat van Bedrijfsactiviteiten / Inrichtingen die van deze regels onderdeel uitmaakt;

 

Steiger

Steiger: een zelfstandige, boven het water aangebrachte of op het water drijvende constructie, waarop men kan verblijven.

 

Topgevel:

een gevel met een in een punt uitlopend geveldeel, doorgaans gesitueerd aan de korte zijde van een gebouw, zoals bijvoorbeeld een halsgevel, een klokgevel, een puntgevel, een tuitgevel of een trapgevel;

 

Tuin, terrein:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

 

Verblijfsgebied:

dat deel van de openbare ruimte, waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie, zoals bijvoorbeeld in woonwijken en winkelgebieden;

 

Veterinaire kliniek

inrichting waar dieren onderzocht en behandeld worden;

 

Voorgevel:

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;

 

Waterbeheerder:

het betreffende waterschap verantwoordelijk voor het integrale waterbeheer in Heemstede (in 2010 : het Hoogheemraadschap van Rijnland);

 

 

 

Woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende groep van

personen;

 

Woonschip:

een zich op het water bevindend object, dat bestemd is voor permanente bewoning;

 

 


Artikel 2   Wijze van meten

 

2.1     Peil

 

Bij de toepassing van deze regels wordt onder peil verstaan:

a.       bij ligging op een afstand van minder dan 10 meter uit de as van de weg: de kruin van de weg;

b.      bij aan- of uitbouwen: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer;

c.       bij ligging anderszins: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein;

d.      indien in of boven het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil.

 

2.2     Wijze van meten en berekenen

 

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

a.       de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

b.      de goothoogte van een bouwwerk:        

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

c.       de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

d.      de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk,  geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

e.       de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,

neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

f.        afstanden tussen bouwwerken onderling en tussen bouwwerken en perceelgrenzen:

daar waar de betreffende afstand het kleinst is;

g.       de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens;

h.       vloeroppervlakte:

de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580;

 

 

 

2.3 Overschrijding bouwgrenzen

 

2.3.1. Ondergeschikte bouwdelen

a.       Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden buiten beschouwing gelaten:

1.      plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, reclameobjecten, ventilatiekanalen, schoorstenen, (schotel)antennes en daarmee naar hun ruimtelijke invloed gelijk te stellen ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 1m bedraagt;

2.      ondergeschikte bouwdelen als ventilatiekanalen, liftschachten, schoorstenen en (schotel) antennes op een dakvlak, mits die bouwdelen niet verder dan 2 meter buiten dat dakvlak steken;

3.      ondergeschikte bouwdelen als dakramen en zonne(warmte)collectoren op een dakvlak, mits die bouwdelen niet verder dan 0,2 meter buiten dat dakvlak steken;

4.      funderingen, stoepen, stoeptreden, hellingbanen, erkers, toegangsportalen, veranda's, balkons, luifels en overstekende daken, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt;

5.      topgevels.

 

b.      Bij de toepassing van deze regels worden dakkapellen, dakopbouwen en dakterrassen niet aangemerkt als ondergeschikte bouwdelen; op deze bouwdelen zijn de bouwregels van de betreffende bestemming van toepassing.

 

2.3.2 Kapopbouwen en dakopbouwen

De goothoogte van een gebouw mag worden overschreden ten behoeve van kapopbouwen en dakopbouwen indien:

a.       de met de maatvoeringsaanduiding in het bouwvlak aangegeven (bouw)hoogte hoger is dan de met de maatvoeringsaanduiding in het bouwvlak aangegeven goothoogte en

b.      geen deel van het gebouw waarvan de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte is bepaald, mag uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken die de betreffende gevels snijden ter hoogte van de met de maatvoeringsaanduiding aangegeven goothoogte en terugvallen onder hoeken van 70° met de horizon. Deze bepaling is niet van toepassing op ondergeschikte bouwdelen, topgevels en dakkapellen.

 


 

Hoofdstuk 2      BestemmingsRegels

 

 

Artikel 3   Bedrijf -1

 

3.1     Bestemmingsomschrijving

 

3.1.1   De voor “Bedrijf-1” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       het openbaar nut zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en de CAI, ter plaatse van de aanduiding “Nutsvoorziening”;

 

met daaraan ondergeschikt:

b.      parkeervoorzieningen;

c.       groenvoorzieningen;

d.      water;

e.       openbare nutsvoorzieningen;

f.        (ontsluitings)wegen, straten en paden;

met de daarbij behorende:

g.       tuinen en terreinen;

h.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

3.2     Bouwregels

 

3.2.1   Voor het bouwen op de in artikel 3.1.1  genoemde gronden gelden de volgende regels:

a.       een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.      de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwvlak ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)” aangegeven bebouwingspercentage; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;

c.       de goothoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de (bouw)hoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen.

e.       de dakhelling mag niet meer bedragen dan 70°.

 

3.2.2   Voor het bouwen van de in artikel 3.1.1 onder h. bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.

 

3.2.3   Voor ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:

a.       een kelder moet binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.      buiten het bouwvlak mag geen onderbouwing worden gebouwd;

 

3.3 Ontheffing van bouwregels

 

3.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gestelde in 3.2.3 onder b. onder de volgende voorwaarden:

a.       De maximale oppervlakte van de onderbouwing is 70 m²;

b.      De maximale diepte is 4 meter;

c.       Burgemeester en wethouders vragen de waterbeheerder om advies.

 

3.4     Gebruiksregels

 

3.4.1   Binnen deze bestemming wordt in ieder geval niet toegestaan:

a.       het gebruik van gronden ten behoeve van geluidszoneringsplichtige en/of risicovolle inrichtingen;

b.      het gebruik van de in artikel 3.1.1 onder a. genoemde gebouwen voor bewoning;

c.       het gebruik van gronden en bouwwerken als horecabedrijf;

d.      het gebruik van gronden en gebouwen voor opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;

e.       het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, waaronder detailhandel in volumineuze goederen, met uitzondering van productiegebonden detailhandel;

f.        het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen;

g.       gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

h.       het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;

i.         het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.

 

 


 

Artikel 4   Centrum-2

 

4.1     Bestemmingsomschrijving

 

4.1.1  De voor ”Centrum-2” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       detailhandel, al dan niet in combinatie met een beperkte horecavoorziening;

b.      dienstverlenende bedrijven en/of instellingen;

c.       kantoren;

d.      bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1, onder categorie 1 en 2 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn;

e.       maatschappelijke instellingen;

f.        het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep;

g.       culturele ruimte hobbymatig gebruik ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van Cultuur en Ontspannning – culturele ruimte hobbymatig gebruik”;

h.       niet voor bewoning bestemde bijgebouwen;

 

met daaraan ondergeschikt:

i.         parkeervoorzieningen;

j.        groenvoorzieningen;

k.       speelvoorzieningen;

l.         restauratieve voorzieningen;

m.     water;

n.       openbare nutsvoorzieningen;

o.       (ontsluitings)wegen, straten en paden;

met de daarbijbehorende:

p.      gebouwen en overkappingen;

q.      tuinen en terreinen;

r.        bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

4.2     Bouwregels

 

4.2.1   Voor het bouwen op de in artikel 4.1.1  genoemde gronden gelden de volgende regels:

a.       een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.      de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwvlak ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)” aangegeven bebouwingspercentage; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;

c.       de goothoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de (bouw)hoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

e.       de dakhelling mag niet meer bedragen dan 70°;

f.        dakkapellen zijn toegestaan op:

1.      het achterdakvlak en op zijdakvlakken die niet aan de weg of openbaar groen zijn gelegen;

2.      het voordakvlak en op zijdakvlakken die aan de weg of openbaar groen zijn gelegen, mits de breedte niet meer bedraagt dan 50 % van de gevel onder het betreffende dakvlak;

g.       dakkapellen zijn niet toegestaan:

1.      op 2 verschillende hoogtes in een dakvlak;

2.      op een dakvlak met een helling van minder dan 30°.

 

4.2.2   Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.       de goot- en bouwhoogte mogen ten hoogste de ter plaatse van de aanduidingen “maximale goothoogte (m)” en “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogtes bedragen;

b.      de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 70 m² en een aaneengesloten oppervlakte van tenminste 25 m² dient onbebouwd  en onoverdekt te blijven;

c.       voorzover de gronden zijn aangeduid met een maatvoeringsaanduiding, mag buiten het bouwvlak, binnen het bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)”aangegeven bebouwingspercentage worden gebouwd;

d.      in afwijking van bepaalde onder a. mogen de goot- en bouwhoogte, voor zover gelegen op minder dan 3 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen het verlengde van de zijgevels en/of woningscheidende wanden, niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein.

 

4.2.3   Voor het bouwen van de in 4.1.1 onder r. bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.

 

4.2.4   Voor ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:

a.       een kelder moet binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.      buiten het bouwvlak mag geen onderbouwing worden gebouwd;

 

4.2.5   Voor het bouwen van dakterrassen gelden de volgende regels:

a.       het dak van een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw of aangebouwde overkapping mag worden gebruikt als dakterras, met dien verstande dat de afstand van een balustrade tot de perceelsgrens tenminste 2 meter dient te bedragen;

b.      de in artikel 4.2.2 onder a. bepaalde goothoogte en onder d. bepaalde goot- en bouwhoogte mag worden overschreden door een balustrade, met dien verstande dat de bouwhoogte van de balustrade niet meer dan 1.20 meter bedraagt ten opzichte van de bovenzijde van de (on)afgewerkte vloer van het dakterras.

 

4.3 Ontheffing van de bouwregels

 

4.3.1        Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gestelde in 4.2.4 onder b. onder de volgende voorwaarden:

a.       De maximale oppervlakte van de onderbouwing is 70 m²;

b.      De maximale diepte is 4 meter;

c.       Burgemeester en wethouders vragen de waterbeheerder om advies.

 

4.4     Gebruiksregels

 

4.4.1   Binnen deze bestemming wordt in ieder geval niet toegestaan:

a.       het gebruik van gronden ten behoeve van geluidszoneringsplichtige en/of risicovolle inrichtingen;

b.      het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecabedrijven;

c.       het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in volumineuze goederen;

d.      het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen;

e.       het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

f.        het gebruik van een bijgebouw voor bewoning;

g.       het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-gebonden beroep.

 

4.4.2   In de verdiepingslagen is uitsluitend wonen toegestaan.

 

4.4.3   Voor de omvang van een aan-huis-gebonden beroep geldt de volgende bepaling:

de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep mag niet meer bedragen dan 25 % van de vloeroppervlakte van de desbetreffende woning, inclusief de daarbij behorende aan- en uitbouwen, met een maximum van 75 m².

 

4.4.4   Voor de omvang van een beperkte horecavoorziening gelden de volgende regels:

a.       de bruto vloeroppervlakte voor het gebruik ten behoeve van een beperkte horecavoorziening mag ten hoogste 50% van de bruto vloeroppervlakte van de betreffende detailhandelvestiging (inclusief de horecavoorziening) bedragen;

b.      het aantal zitplaatsen ten behoeve van het horecagedeelte mag niet meer bedragen dan 16.

 

4.5     Ontheffing van de gebruiksregels

 

4.5.1   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4.1.1 onder d. voor de vestiging van in de bijlage 1 genoemde bedrijven, die zijn opgenomen in categorie 3, dan wel bedrijven die naar aard en omvang van de te verrichten bedrijfsactiviteiten en naar invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) gelijkwaardig zijn aan categorie 3.

 

4.5.2   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4.4.1 onder e. ten behoeve van de vestiging van een seksinrichting, indien:

a.       met de vestiging van een seksinrichting het totale aantal seksinrichtingen in de gemeente van twee niet wordt overschreden;

b.      de onderlinge afstand tussen het pand, waarin de seksinrichting wordt gevestigd en enig ander pand, gemeten waar die afstand het kortst is, minimaal 25 meter is;

c.       de seksinrichting wordt geëxploiteerd in aaneengesloten ruimten, waarvan de totale bruto vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 25% van de vloeroppervlakte van het betreffende gebouw, inclusief de daarbij behorende aan- en uitbouwen, met een maximum van 75 m²;

d.      voor bezoekers van de seksinrichting voldoende parkeergelegenheid op het terrein of perceel behorende tot de seksinrichting, dan wel voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving aanwezig is;

e.       de seksinrichting niet wordt geëxploiteerd in de vorm van raamprostitutiebedrijf;

f.        de seksinrichting niet wordt gevestigd en geëxploiteerd in een bijgebouw.

 

4.5.3   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4.4.4 indien het horecagedeelte een directe en sterke band heeft met het winkelgedeelte, zoals bijvoorbeeld bij een banketbakkerij, patisserie, ijssalon of drankenwinkel.

 


Artikel 5   Groen

 

5.1     Bestemmingsomschrijving

 

5.1.1   De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       groenvoorzieningen;

b.      paden;

c.       water;

d.      het recreatief medegebruik;

 

met daaraan ondergeschikt:

e.       (ontsluitings) wegen en straten;

f.        tuinen;

g.       parkeervoorzieningen;

h.       speelvoorzieningen;

i.         openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

j.        verhardingen;

k.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

5.2     Bouwregels

 

5.2.1  Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

 

5.2.2   Voor het bouwen van de in artikel 5.1.1 onder k. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.

 

 

 

 

 

 

 


 

Artikel 6   Tuin

 

6.1     Bestemmingsomschrijving

 

6.1.1   De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;

 

met daaraan ondergeschikt:

b.      parkeervoorzieningen;

c.       groenvoorzieningen;

d.      paden en verhardingen;

e.       water;

f.        openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

g.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

6.2     Bouwregels

6.2.1   Op of in deze gronden mogen geen gebouwen, overkappingen of onderbouwingen worden gebouwd.

 

6.2.2   Voor het bouwen van de in artikel 6.1.1 onder g. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceels- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.

 


Artikel 7   Verkeer

 

7.1     Bestemmingsomschrijving

 

7.1.1  De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       wegverkeer;

b.      wegen met ten hoogste 2 maal 1 doorgaande rijstrook met bijbehorende opstelstroken en voorsoorteervakken, busstroken, voet- en fietspaden;

c.       verblijfsgebieden;

d.      bruggen, ter plaatse van de aanduiding “Brug”;

 

met daaraan ondergeschikt:

e.       parkeervoorzieningen;

f.        groenvoorzieningen;

g.       speelvoorzieningen;

h.       water;

i.         openbare nutsvoorzieningen;

j.        (ontsluitings)wegen, straten en paden;

met de daarbijbehorende:

k.       gebouwen en overkappingen;

l.         bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

7.2     Bouwregels

 

7.2.1   Voor het bouwen op de in artikel 7.1.1  genoemde gronden gelden de volgende regels:

a.       een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.      de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwvlak ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)” aangegeven bebouwingspercentage; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;

c.       de goothoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de (bouw)hoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

e.       de dakhelling mag niet meer bedragen dan 70°;

 

7.2.2   Voor het bouwen van de in artikel 7.1.1 onder l. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer en overkappingen mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.

 


Artikel 8   Water

 

8.1     Bestemmingsomschrijving

 

8.1.1   De voor “Water” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       verkeer te water;

b.      waterlopen, watergangen en waterpartijen;

c.       oevers, bermen en beplanting;

d.      bruggen, ter plaatse van de aanduiding “Brug”;

 

met daaraan ondergeschikt:

e.       paden;

met de daarbij behorende:

f.        bouwwerken, geen gebouwen zijnde die uit de aard van de bestemming kunnen volgen zoals kunstwerken, oeverbeschoeiingen, keermuren en meerpalen.

 

8.2   Bouwregels

 

8.2.1   Op of in deze gronden mogen geen gebouwen, overkappingen of onderbouwingen worden gebouwd.

 

8.2.2   Voor het bouwen van de in artikel 8.1.1 onder f.  genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:

a.       de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen.

 

8.3     Gebruiksregels

 

8.3.1   Binnen deze bestemming wordt in ieder geval niet toegestaan:

a.       het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonschepen;

b.      het gebruik van de gronden voor het plaatsen van een steiger.


 

Artikel 9   Wonen

 

9.1     Bestemmingsomschrijving

 

9.1.1   De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep;

b.      een veterinaire kliniek voor paarden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van maatschappelijk: veterinaire kliniek”;

c.       niet voor bewoning bestemde bijgebouwen;

 

met daaraan ondergeschikt:

d.      groenvoorzieningen;

e.       parkeervoorzieningen;

f.        paden en verhardingen;

g.       water;

h.       openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

i.         gebouwen en overkappingen;

j.        tuinen en terreinen;

k.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

9.2     Bouwregels

 

9.2.1   Voor het bouwen op de in artikel 9.1.1 genoemde gronden gelden de volgende regels:

a.       een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd;

b.      de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwvlak ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)” aangegeven bebouwingspercentage; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;

c.       de goothoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de (bouw)hoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

e.       de dakhelling mag niet meer bedragen dan 70°;

f.        dakkapellen zijn toegestaan op:

1.      het achterdakvlak en op zijdakvlakken die niet aan de weg of openbaar groen zijn gelegen;

2.      het voordakvlak en op zijdakvlakken die aan de weg of openbaar groen zijn gelegen, mits de breedte niet meer bedraagt dan 50 % van de gevel onder het betreffende dakvlak;

g.       dakkapellen zijn niet toegestaan:

1.      op 2 verschillende hoogtes in een dakvlak, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is voor zover de gronden zijn voorzien van de aanduiding “dakkapel toegestaan”;

2.      op een dakvlak met een helling van minder dan 30°.

 

9.2.2   Voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de specifieke aanduiding “specifieke vorm van maatschappelijk: veterinaire kliniek” gelden de volgende regels:

a.       de goot- en bouwhoogte mogen ten hoogste de ter plaatse van de aanduidingen “maximale goothoogte (m)” en “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogtes bedragen;

b.      de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 200 m²;

c.       voorzover de gronden zijn aangeduid met een maatvoeringsaanduiding, mag buiten het bouwvlak, binnen het bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)” aangegeven bebouwingspercentage worden gebouwd;

d.      in afwijking van bepaalde onder a. mogen de goot- en bouwhoogte, voor zover gelegen op minder dan 3 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen het verlengde van de zijgevels en/of woningscheidende wanden, niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein.

e.       Indien het gebruik ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van maatschappelijk: veterinaire kliniek” wordt beëindigd komen de regels onder 9.2.2 a. tot en met d. te vervallen. In dat geval zijn de regels onder 9.2.3 van toepassing.

 

9.2.3 Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.       de goot- en bouwhoogte mogen ten hoogste de ter plaatse van de aanduidingen “maximale goothoogte (m)” en “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogtes bedragen;

b.      de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 70 m² en een aaneengesloten oppervlakte van tenminste 25 m² dient onbebouwd  en onoverdekt te blijven;

c.       voorzover de gronden zijn aangeduid met een maatvoeringsaanduiding, mag buiten het bouwvlak, binnen het bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van aanduiding “maximumbebouwingspercentage (%)”aangegeven bebouwingspercentage worden gebouwd;

d.      in afwijking van bepaalde onder a. mogen de goot- en bouwhoogte, voor zover gelegen op minder dan 3 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen het verlengde van de zijgevels en/of woningscheidende wanden, niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m, gemeten vanaf het aansluitende terrein.

 

           

 

9.2.4   Voor het bouwen van de in 9.1.1 onder k. bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.       de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen achter de gevellijn/voorgevel, mag ten hoogste 2 meter bedragen;

b.      de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen, gelegen vóór de gevellijn/voorgevel mag ten hoogste 1 meter bedragen, met dien verstande dat een haagondersteunende constructie ten hoogste 2 meter mag bedragen;

c.       de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of masten zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen. Indien met een maatvoeringsaanduiding een andere hoogte is aangeduid, mag de hoogte van deze bouwwerken ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen;

d.      de hoogte van masten mag ten hoogste 7 meter bedragen.

 

9.2.5   Voor ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:

a.       een kelder moet binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.      buiten het bouwvlak mag geen onderbouwing worden gebouwd;

 

9.2.6   Voor het bouwen van dakterrassen gelden de volgende regels:

a.       het dak van een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw of aangebouwde overkapping mag worden gebruikt als dakterras, met dien verstande dat de afstand van een balustrade tot de perceelsgrens tenminste 2 meter dient te bedragen;

b.      De in artikel 9.2.3 onder a. bepaalde goothoogte en onder d. bepaalde goot- en bouwhoogte mag worden overschreden door een balustrade, met dien verstande dat de bouwhoogte van de balustrade niet meer dan 1.20 meter bedraagt ten opzichte van de bovenzijde van de (on)afgewerkte vloer van het dakterras.

 

9.3 Ontheffing van de bouwregels

 

9.3.1 Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gestelde in 9.2.5 onder b. onder de volgende voorwaarden:

a.       De maximale oppervlakte van de onderbouwing is 70 m²;

b.      De maximale diepte is 4 meter;

c.       Burgemeester en wethouders vragen de waterbeheerder om advies.

 

9.4     Gebruiksregels

 

9.4.1 Indien het gebruik ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk: veterinaire kliniek’ wordt beëindigd vervalt de mogelijkheid daar opnieuw een veterinaire kliniek te vestigen.

 

 

 

9.4.2   Binnen deze bestemming wordt in ieder geval niet toegestaan:

a.       het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel;

b.      het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

c.       het gebruik van een bijgebouw voor bewoning;

d.      het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-gebonden beroep.

 

9.4.3   Voor de omvang van een aan-huis-gebonden beroep geldt de volgende bepaling:

de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep mag niet meer bedragen dan 25 % van de vloeroppervlakte van de desbetreffende woning, inclusief de daarbij behorende aan- en uitbouwen, met een maximum van 75 m².

 

9.5     Ontheffing van de gebruiksregels

 

9.5.1   Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 9.4.2 onder b. ten behoeve van de vestiging van een seksinrichting, indien:

a.       met de vestiging van een seksinrichting het totale aantal seksinrichtingen in de gemeente van twee niet wordt overschreden;

b.      de onderlinge afstand tussen het pand, waarin de seksinrichting wordt gevestigd en enig ander pand, gemeten waar die afstand het kortst is, minimaal 25 meter is;

c.       de seksinrichting wordt geëxploiteerd in aaneengesloten ruimten, waarvan de totale bruto vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 25% van de vloeroppervlakte van het betreffende gebouw, inclusief de  daarbij behorende aan- en uitbouwen, met een maximum van 75 m²;

d.      voor bezoekers van de seksinrichting voldoende parkeergelegenheid op het terrein of perceel behorende tot de seksinrichting, dan wel voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving aanwezig is;

e.       de seksinrichting niet wordt geëxploiteerd in de vorm van raamprostitutiebedrijf;

f.        de seksinrichting niet wordt gevestigd en geëxploiteerd in een bijgebouw.


 Artikel 10        Leiding-Water

 

10.1   Bestemmingsomschrijving

 

10.1.1            De voor Leiding-Water aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een watertransportleiding.

 

10.2   Bouwregels

 

10.2.1            Voor het bouwen op de in artikel 10.1.1 genoemde gronden gelden de volgende regels:

a.       op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 10.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter;

b.      ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

 

 

10.3   Ontheffing van de bouwregels

 

10.3.1            Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 10.1.1  en toestaan dat gebouwd wordt overeenkomstig hetgeen is toegestaan op grond van het bepaalde in de andere voor die gronden geldende bestemmingsregels.

 

10.3.2            Een ontheffing, als bedoeld in artikel 10.3.1 wordt slechts verleend nadat vooraf advies is gevraagd van de desbetreffende leidingbeheerder.

 

10.4   Aanlegvergunning

 

10.4.1            Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) binnen de in artikel 10.1.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

a.       het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting, dieper dan 30cm;

b.      het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;

c.       het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk, dieper dan 30cm;

d.      diepploegen;

e.       het aanbrengen van gesloten verhardingen;

f.        het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 30cm;

g.       het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen.

 

10.4.2            Een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 wordt slechts verleend indien het belang en het functioneren van de leidingen door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

 

10.4.3            Een aanlegvergunning, als bedoeld in artikel 10.4.1 wordt slechts verleend nadat vooraf advies is gevraagd van de desbetreffende leidingbeheerder.

 

10.4.4            Alvorens een aanlegvergunning te verlenen voor de in artikel 10.4.1 onder g. genoemde activiteiten vragen burgemeester en wethouders de waterbeheerder om advies.

 

10.4.5 Geen aanlegvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 is vereist voor:

a.       werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer en in het geval van een calamiteit;

b.      werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;

c.       werken en werkzaamheden die, gelet op de in artikel 10.1.1 opgenomen doeleinden, kunnen worden beschouwd als zijnde van ondergeschikte betekenis.

 

 


Hoofdstuk 3 Algemene regels

 

Artikel 11 Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 12 Algemene ontheffingsbevoegdheid

 

12.1 Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

a.       de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages.

b.      de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven;

c.       de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil als gevolg van de inpassing van bouwwerken in het terrein daartoe aanleiding geeft;

 

12.2 De onder 12.1 onder a. genoemde ontheffing wordt alleen verleend indien:

1.      de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast;

2.      de ontheffing geen onevenredige afbreuk doet aan het straat en bebouwingsbeeld;

3.      de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast;

4.      de betreffende woonsituatie niet onevenredig wordt aangetast;

5.      de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden beperkt;

 

Artikel 13 Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, voorzover daaraan behoefte bestaat en zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt, de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen te wijzigen zodanig, dat:

a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot;

 

 


Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

 

Artikel 14 Overgangsrecht

 

14.1 bouwwerken

 

14.1.1          Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

a.       gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

b.      na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;

 

14.1.2            Eenmalig kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in artikel 14.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het artikel 14.1.1 met maximaal 10 % ;

 

14.1.3            Het bepaalde in artikel 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan;

 

14.2 gebruik

 

14.2.1            Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;

 

14.2.2            Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;

 

14.2.3          Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;

 

14.2.4  Lid 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan;

 

 

 

 

14.3 Hardheidsclausule

 

Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

 

Artikel 15 Slotregel

 

Deze regels worden aangehaald  als: Regels van het bestemmingsplan Vogelpark en omgeving. 

 

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad op 30 september 2010,

 

 

De voorzitter,                                                               De griffier,

 


Bijlage I Staat van bedrijfsactiviteiten


 

 


SBI-CODE

OMSCHRIJVING

              AFSTANDEN IN METERS

 

 

 

 

 

-

 

GEUR

STOF

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

CATEGORIE

 

 

 

 

 

 

 

 

17

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

 

 

 

 

 

 

171

Bewerken en spinnen van textielvezels

10

50

100

30

100

3.2

172

Weven van textiel:

 

 

 

 

 

 

172

- aantal weefgetouwen < 50

10

10

100

0

100

3.2

173

Textielveredelingsbedrijven

50

0

50

10

50

3.1

174, 175

Vervaardiging van textielwaren

10

0

50

10

50

3.1

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

0

10

50

10

50

3.1

18

 

 

 

 

 

 

 

18

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

 

 

 

 

 

181

Vervaardiging kleding van leer

30

0

50

0

50

3.1

182

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

10

30

2

183

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

50

10

10

10

50

3.1

19

 

 

 

 

 

 

 

19

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)

 

 

 

 

 

 

192

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

50

10

30

10

50

3.1

193

Schoenenfabrieken

50

10

50

10

50

3.1

20

 

 

 

 

 

 

 

20

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

 

 

 

 

 

2010.1

Houtzagerijen

0

50

100

50

100

3.2

2010.2

Houtconserveringsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2010.2

- met zoutoplossingen

10

30

50

10

50

3.1

202

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

100

30

100

10

100

3.2

203, 204, 205

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout

0

30

100

0

100

3.2

203, 204, 205

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2

0

30

50

0

50

3.1

205

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

10

30

0

30

2

21

 

 

 

 

 

 

 

21

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN

 

 

 

 

 

 

2102

Papier- en kartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2112

- p.c. < 3 t/u

50

30

50

30

50

3.1

212

Papier- en kartonwarenfabrieken

30

30

100

30

100

3.2

2121.2

Golfkartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2121.2

- p.c. < 3 t/u

30

30

100

30

100

3.2

22

 

 

 

 

 

 

 

22

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

 

 

 

 

 

2221

Drukkerijen van dagbladen

30

0

100

10

100

3.2

2222

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

30

0

100

10

100

3.2

2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

0

30

2

2223

Grafische afwerking

0

0

10

0

10

1

2223

Binderijen

30

0

30

0

30

2

2224

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

10

30

2

2225

Overige grafische aktiviteiten

30

0

30

10

30

2

223

Reproduktiebedrijven opgenomen media

0

0

10

0

10

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

24

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

2442

- verbandmiddelenfabrieken

10

10

30

10

30

2

2462

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2462

- zonder dierlijke grondstoffen

100

10

100

50

100

3.2

2464

Fotochemische produktenfabrieken

50

10

100

50

100

3.2

2466

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

50

10

50

50

50

3.1

25

 

 

 

 

 

 

 

26

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

262, 263

Aardewerkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

10

10

30

10

30

2

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW

30

50

100

30

100

3.2

27

 

 

 

 

 

 

 

28

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

 

 

 

 

 

281

Constructiewerkplaatsen:

 

 

 

 

 

 

281

- gesloten gebouw

30

30

100

30

100

3.2

281

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2

30

30

50

10

50

3.1

284

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

50

30

100

30

100

3.2

284

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

30

30

50

10

50

3.1

2851

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

2851

- algemeen

50

50

100

50

100

3.2

2851

- metaalharden

30

50

100

50

100

3.2

2851

- lakspuiten en moffelen

100

30

100

50

100

3.2

2851

- scoperen (opspuiten van zink)

50

50

100

30

100

3.2

2851

- thermisch verzinken

100

50

100

50

100

3.2

2851

- thermisch vertinnen

100

50

100

50

100

3.2

2851

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)

30

50

100

30

100

3.2

2851

- anodiseren, eloxeren

50

10

100

30

100

3.2

2851

- chemische oppervlaktebehandeling

50

10

100

30

100

3.2

2851

- emailleren

100

50

100

50

100

3.2

2851

- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)

30

30

100

50

100

3.2

2852

Overige metaalbewerkende industrie

10

30

100

30

100

3.2

2852

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2

10

30

50

10

50

3.1

287

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

 

 

 

 

 

 

287

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

30

30

100

30

100

3.2

287

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

30

30

50

10

50

3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

29

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

 

 

 

 

 

 

29

Machine- en apparatenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

29

- p.o. < 2.000 m2

30

30

100

30

100

3.2

30

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

 

 

 

 

 

30

 

 

 

 

 

 

 

30

Kantoormachines- en computerfabrieken

30

10

30

10

30

2

31

 

 

 

 

 

 

 

31

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

314

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

100

30

100

50

100

3.2

316

Elektrotechnische industrie n.e.g.

30

10

30

10

30

2

32

 

 

 

 

 

 

 

32

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

321 t/m 323

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.

30

0

50

30

50

3.1

3210

Fabrieken voor gedrukte bedrading

50

10

50

30

50

3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

 

 

 

 

 

33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

30

0

30

0

30

2

34

 

 

 

 

 

 

 

34

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

 

 

 

 

 

 

341

Autofabrieken en assemblagebedrijven

 

 

 

 

 

 

343

Auto-onderdelenfabrieken

30

10

100

30

100

3.2

35

 

 

 

 

 

 

 

35

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

 

 

 

 

 

 

351

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

351

- houten schepen

30

30

50

10

50

3.1

351

- kunststof schepen

100

50

100

50

100

3.2

354

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

30

10

100

30

100

3.2

355

Transportmiddelenindustrie n.e.g.

30

30

100

30

100

3.2

36

 

 

 

 

 

 

 

36

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

 

 

 

 

 

361

Meubelfabrieken

50

50

100

30

100

3.2

361

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

0

10

10

0

10

1

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

10

30

2

363

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

10

30

2

364

Sportartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

365

Speelgoedartikelenfabrieken

30

10

50

30

50

3.1

3661.1

Sociale werkvoorziening

0

30

30

0

30

2

3661.2

Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

30

10

50

30

50

3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

 

 

 

 

 

 

40

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

 

 

 

 

 

 

40

- < 10 MVA

0

0

30

10

30

2

40

- 10 - 100 MVA

0

0

50

30

50

3.1

40

- 100 - 200 MVA

0

0

100

50

100

3.2

40

Gasdistributiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

40

- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A

0

0

10

10

10

1

40

- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C

0

0

30

10

30

2

40

- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D

0

0

50

50

50

3.1

40

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

 

 

 

 

 

 

40

- stadsverwarming

30

10

100

50

100

3.2

40

- blokverwarming

10

0

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

41

WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER

 

 

 

 

 

 

41

Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:

 

 

 

 

 

 

41

- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling

10

0

50

30

50

3.1

41

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

 

 

 

 

 

 

41

- < 1 MW

0

0

30

10

30

2

41

- 1 - 15 MW

0

0

100

10

100

3.2

45

 

 

 

 

 

 

 

45

BOUWNIJVERHEID

 

 

 

 

 

 

45

Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m²

10

30

100

10

100

3.2

45

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²

10

30

50

10

50

3.1

45

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m²

10

30

50

10

50

3.1

45

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²

0

10

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

50

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

 

 

 

 

 

501, 502, 504

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

10

0

30

10

30

2

502

Groothandel in vrachtauto's (incl. import)

10

10

100

10

100

3.2

5020.4

Autoplaatwerkerijen

10

30

100

10

100

3.2

5020.4

Autobeklederijen

0

0

10

10

10

1

5020.4

Autospuitinrichtingen

50

30

30

30

50

3.1

5020.5

Autowasserijen

10

0

30

0

30

2

503, 504

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

0

0

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

51

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

 

 

 

 

 

511

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

5121

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

30

30

50

30

50

3.1

5122

Grth in bloemen en planten

10

10

30

0

30

2

5123

Grth in levende dieren

50

10

100

0

100

3.2

5124

Grth in huiden, vellen en leder

50

0

30

0

50

3.1

5125, 5131

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

30

10

30

50

50

3.1

5132, 5133

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën

10

0

30

50

50

3.1

5134

Grth in dranken

0

0

30

0

30

2

5135

Grth in tabaksprodukten

10

0

30

0

30

2

5136

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

0

30

2

5137

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

0

30

2

5138, 5139

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

10

30

2

514

Grth in overige consumentenartikelen

10

10

30

10

30

2

5148.7

Grth in vuurwerk en munitie:

 

 

 

 

 

 

5148.7

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton

10

0

30

10

30

2

5148.7

- munitie

0

0

30

30

30

2

5151.1

Grth in vaste brandstoffen:

 

 

 

 

 

 

5151.1

- klein, lokaal verzorgingsgebied

10

50

50

30

50

3.1

5151.2

Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:

 

 

 

 

 

 

5151.3

Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)

100

0

30

50

100

3.2

5152.1

Grth in metaalertsen:

 

 

 

 

 

 

5152.2 /.3

Grth in metalen en -halffabrikaten

0

10

100

10

100

3.2

5153

Grth in hout en bouwmaterialen:

 

 

 

 

 

 

5153

- algemeen: b.o. > 2000 m²

0

10

50

10

50

3.1

5153

- algemeen: b.o. <= 2000 m²

0

10

30

10

30

2

5153.4

zand en grind:

 

 

 

 

 

 

5153.4

- algemeen: b.o. > 200 m²

0

30

100

0

100

3.2

5153.4

- algemeen: b.o. <= 200 m²

0

10

30

0

30

2

5154

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

 

 

 

 

 

 

5154

- algemeen: b.o. > 2.000 m²

0

0

50

10

50

3.1

5154

- algemeen: b.o. < = 2.000 m²

0

0

30

0

30

2

5155.1

Grth in chemische produkten

50

10

30

100

100

3.2

5155.2

Grth in kunstmeststoffen

30

30

30

30

30

2

5156

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

30

10

30

2

5162

Grth in machines en apparaten:

 

 

 

 

 

 

5162

- machines voor de bouwnijverheid

0

10

100

10

100

3.2

5162

- overige

0

10

50

0

50

3.1

517

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

0

0

30

0

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

55

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

 

 

 

 

 

 

5552

Cateringbedrijven

10

0

30

10

30

2

 

 

 

 

 

 

 

 

60

VERVOER OVER LAND

 

 

 

 

 

 

6022

Taxibedrijven

0

0

30

0

30

2

6023

Touringcarbedrijven

10

0

100

0

100

3.2

6024

Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²

0

0

100

30

100

3.2

6024

- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m²

0

0

50

30

50

3.1

603

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

0

0

30

10

30

2