direct naar inhoud van 7.11 Water
Plan: De Slottuin
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101

7.11 Water

Waterbeheer en watertoets

De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Als beheerder is het Hoogheemraadschap betrokken geweest bij het tot stand komen van het plan.

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.

Europa:

  • Kaderrichtlijn Water (KRW).

Nationaal:

  • Nationaal Waterplan (NW);
  • Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21);
  • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);
  • Waterwet.

Provinciaal:

  • provinciaal Waterplan;
  • provinciale Structuurvisie.

Waterschapsbeleid

Voor de planperiode 2010-2015 zal het Waterbeheerplan (WBP) van het Hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft het Hoogheemraadschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen het accent op de uitvoering. De drie hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is het cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn en blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil het Hoogheemraadschap dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en hevigere buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het WBP sorteert voor op deze ontwikkelingen.

Gemeentelijk beleid

Voor de periode 2011-2015 hebben de gemeente Heemstede en het Hoogheemraadschap van Rijnland samen een verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP+) laten opstellen. Naast de wettelijke verplichte invulling van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater is ook het onderwerp oppervlaktewater in het VGRP+ opgenomen. Hierdoor wordt het  integrale waterbeleid nog efficiënter, omdat zo ingespeeld wordt op de sterke interactie tussen riolering en oppervlaktewater bij het voorkomen van wateroverlast en bij het verbeteren van de waterkwaliteit.

De algemene doelen van de riolering, bescherming van  de volksgezondheid, handhaven goede  leefomgeving, beschermen van natuur en milieu en de algemene doelen van het oppervlaktewater zijn vertaald in de volgende vier doelen voor Heemstede waarbij de randvoorwaarde is dat riolering en het oppervlaktewater doelmatig wordt beheerd en goed wordt gebruikt:

  • 1. voorkomen van wateroverlast;
  • 2. doelmatige inzameling van water;
  • 3. realiseren van gezond en veilig oppervlaktewater;
  • 4. transporteren van water waarbij zo min mogelijk overlast wordt veroorzaakt.

De strategie van het VGRP+ is rondom de doelen opgebouwd met daarbij aandacht voor het efficiënt operationeel beheer van de riolering en het efficiënt financieel beheer van de riolering.

Huidige situatie

Algemeen

Het plangebied is gelegen in het zuidoosten van de kern Heemstede, aan de Ingenieur Lelylaan. Het plangebied bestaat uit een voormalige schoollocatie en is grotendeels onverhard.

Bodem en grondwater

De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert tussen NAP +0,25 m rondom het schoolgebouw en NAP -0,25 m ten zuiden van de watergang die midden door het plangebied loopt. De bodem bestaat uit een fijn zanderige bovengrond van circa 2 m dikte. Hieronder bevindt zich een dunne veen- en kleilaag.

Er is sprake van grondwatertrap II. Dat wil zeggen dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand minder dan 0,4 m beneden maaiveld ligt en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand varieert tussen de 0,5 m en de 0,8 m beneden maaiveld.

Waterkwantiteit

Het plangebied is gesitueerd in stedelijk gebied en behoort tot het boezemland, waarbij overtollig water vrij afwatert naar de boezemwatergang in het plangebied die vervolgens afwatert op het Zuider Buiten Spaarne. De boezemwatergang heeft een zomerpeil van - 0,61 m NAP en een winterpeil van -0,64 m NAP.

Watersysteemkwaliteit en ecologie

Binnen het plangebied is geen KRW-waterlichaam aanwezig. De waterkwaliteit van het Boezemwater is over het algemeen matig.

Veiligheid en waterkeringen

De watergang langs de zuidoostzijde van het plangebied heeft een waterkering.

Afvalwaterketen en riolering

Binnen het plangebied is een gemengd rioleringssysteem aanwezig.

Toekomstige situatie

Algemeen

Het plan maakt de realisatie van circa 100 woningen en een half verdiepte stallinggarage mogelijk.

Waterkwantiteit

Door de ontwikkeling zal het verhard oppervlak in het plangebied toenemen. Om deze toename te compenseren wordt de watergang in het plangebied verbreed. Het bestaande schoolgebouw wordt gesloopt.

De compensatienorm is 15% van de toename verharding (vanaf 500 m²). Ondergrondse verhardingen (parkeergarages en dergelijke) met meer dan 0,6 m grond erboven worden niet gezien als verhardingen waar compensatie voor plaats hoeft te vinden.

Het plan leidt tot een toename aan verharding van 1.188 m2, inclusief de daktuin van 768 m2 die als verharding wordt meegerekend. De compensatieplicht van 15% bedraagt zodoende 179 m2. Met de watergang langs de zuidrand van het plangebied wordt voorzien in 3.590 m2 aan nieuw oppervlaktewater. Het plan voldoet daarmee ruimschoots aan de compensatieplicht.

Afvalwaterketen en riolering

Het Hoogheemraadschap van Rijnland geeft de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. Rijnland volgt hierbij de voorkeursvolgorde (rijksbeleid). Daarbij staat het voorkomen van het ontstaan van afvalwater voorop. Wanneer er afvalwater is, wordt de verontreiniging daarna zoveel mogelijk beperkt en tot slot worden afvalstromen gescheiden. De voorkeursvolgorde voor de afvoer van hemelwater is opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan.

Binnen het projectgebied zal het hemelwater afgevoerd worden naar de nieuw te realiseren watergang.

Watersysteemkwaliteit en ecologie

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen.

Veiligheid en waterkeringen

De in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving.

Onderhoud en bagger

Op de kop van de nieuwe vaart komt een mogelijkheid om drijfvuil te verwijderen, een baggerboot te water te laten en de bagger af te voeren. Per 22 december 2009 is een nieuwe Keur in werking getreden, alsmede nieuwe Beleidsregels. In deze Beleidsregels is het beleid van het Hoogheemraadschap nader uitgewerkt. Een nieuwe Keur is nodig vanwege de totstandkoming van de Waterwet en daarmee verschuivende bevoegdheden in onderdelen van het waterbeheer. Verder zijn aan deze Keur bepalingen toegevoegd over het onttrekken van grondwater en het infiltreren van het water in de bodem.

De 'Keur en Beleidsregels' maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor:

  • waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden);
  • watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten en beken);
  • andere waterstaatswerken (onder andere bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).

De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren, bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van water naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd en opgeslagen mag worden. De toestemming voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is geregeld in de watervergunning. Hiermee is de Keur een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen geen negatieve gevolgen hebben voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.