direct naar inhoud van 7.1 Archeologie
Plan: De Slottuin
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101

7.1 Archeologie

Normstelling en beleid

Met de Wet op de archeologische monumentenzorg zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Een uitwerking hiervan is de gemeentelijke archeologische waardenkaart, die als verfijning gezien kan worden van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. De gemeentelijke kaart geeft op basis van historisch onderzoek aan in welke zones welke verwachtingswaarden gelden. Op basis hiervan wordt aangegeven bij ontwikkelingen van welke omvang (en vanaf welke diepte) ten minste verkennend archeologisch onderzoek vereist is.

Onderzoeksresultaten

Het plangebied is gelegen in een zone die binnen het gemeentelijk archeologiebeleid is aangemerkt met een lage verwachtingswaarde (zie afbeelding).

afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0009.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0010.png"  

Figuur 7.1 Uitsnede archeologische waardenkaart Heemstede

Binnen deze categorie geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is voor ontwikkelingen met een minimale omvang van 2.500 m² die bovendien dieper reiken dan 0,4 m onder maaiveld.

In 2009 heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, het rapport hiervan is opgenomen in bijlage 3. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten zijn niet vastgesteld. Afgezien van losse vondsten zijn deze vanwege het natte milieu dat niet geschikt was voor bewoning niet te verwachten.

Conclusie

Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten zijn niet vastgesteld. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Voor eventuele vondsten geldt overigens nog wel de meldingsplicht.

Om de archeologische toetsing van eventuele, toekomstige ontwikkelingen te verankeren, wordt in de regels en op de verbeelding een archeologische dubbelbestemming opgenomen.