direct naar inhoud van 2.3 Toekomstige situatie
Plan: De Slottuin
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101

2.3 Toekomstige situatie

De bebouwing van de school zal worden gesloopt en plaats maken voor 8 woongebouwen met grondgebonden woningen dan wel appartementen en een half ondergronds gelegen stallinggarage met daar bovenop een verhoogd maaiveld. Door de half verdiepte ligging van de stallingsgarage is er binnen het plangebied sprake van een zeker hoogteverschil dat ook binnen het nieuwe plan zichtbaar is gemaakt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0002.png"

Figuur 2.1 Inrichtingstekening

Uitgangspunten

De verkaveling en inrichting van het gebied zijn mede gebaseerd op de bebouwingsstructuur en het groene beeld van de omgeving. De verkaveling binnen het plangebied wordt sterk bepaald door een ruimtelijk spel van rechte en schuine hoeken die deels voortkomen uit het met de voormalige school samenhangende bebouwingspatroon van schuine lijnen. Belangrijke uitgangspunten bij het ontwerpplan zijn:

  • het benutten van het niveau van de bestaande kelder voor de nieuwe stallinggarage;
  • de aanleg van verblijfsruimten boven de stallinggarage;
  • het deels opnemen van het spel van schuine lijnen van het Nova College in het bouwplan.

Deze stedenbouwkundige uitgangspunten zijn samen met de welstandscriteria waaraan het plan in een later stadium getoetst zal worden, opgenomen in bijlage 1.

Hoofdstructuur

Het woningbouwprogramma kent 47 huurwoningen, waarvan 29 in de sociale sector en 18 in de vrije sector. De koopwoningen worden verspreid over het middeldure en het dure segment gerealiseerd, waarbij de woningen nader zijn te onderscheiden in de volgende prijsklassen:

aantal   prijsklasse  
15   €300.000 – €400.000 v.o.n.  
17   €400.000 – €500.000 v.o.n.  
16   > €500.000 v.o.n.  

De verkaveling kenmerkt zich door de losse setting van de gebouwen rondom twee centrale verblijfsruimten en aan het water. De verkavelingsrichting wordt bepaald door de bouwrichtingen van het voormalige schoolgebouw en de bijbehorende parkeerkelder. Het westelijk deel van het plangebied – gelegen in de nabijheid van het oude slot – is gereserveerd voor de grondgebonden woningen. Het oostelijk deel – nabij de N201 – dient voor de bouw van appartementsgebouwen. Zowel bij de grondgebonden woningen als bij de appartementen is sprake van een geleding waarbij de lagere bebouwing is gelegd aan de zijde van de Ingenieur Lelylaan en de hogere bouwvolumes meer richting de waterzijde aan de zuidrand van het plangebied. Binnen het plangebied worden twee centrale verblijfsruimten met groen ingericht, namelijk één bij de grondgebonden woningen en één bij de appartementsgebouwen.

Door deze opzet ontstaan verscheidene woonmilieus waarbij een groot aantal woningen is gelegen aan de nieuwe brede waterpartij of aan een van de twee centrale verblijfsruimten. De twee buitenruimten lopen plaatselijk met trappartijen door tot aan het nieuw te graven water aan de zuidzijde van de nieuwe woonbuurt. De tussen de appartementsgebouwen gelegen verblijfsruimte wordt door middel van een lange brug verbonden met de groenzone ten zuidoosten van het plangebied. Hierdoor ontstaat er een langzaamverkeersroute vanuit de bestaande, ten noorden van het plangebied gelegen woonwijk. Ter plaatse verbreedt het openbaar gebied zich richting de zuidelijk gelegen groenzone langs de Haarlemmermeer.

Het parkeren wordt gedeeltelijk opgelost door middel van een verdiepte parkeervoorziening. Door deze tot circa 1,5 m beneden maaiveld gelegen kelder af te dekken ontstaat daarboven een verhoogd maaiveld die gebruikt kan worden als buitenruimte voor diverse aansluitende woningen en ter ontsluiting van enkele woningen.

Woongebouwen grondgebonden

Woongebouw A

Dit woongebouw bestaat uit een rij met grondgebonden 4-kamerwoningen. De woningen worden gebouwd in twee bouwlagen onder een naar het zuiden oplopend lessenaarsdak met een goot- en nokhoogte van circa 6 respectievelijk 10 m (gemeten ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld). Deze woningen worden gebouwd als split-level woning waarbij de hoogst gelegen slaapkamers (aan de zuidzijde) door het oplopende dak beschikken over een extra verdiepingshoogte. De woningen beschikken over een voortuin en achtertuin met eigen berging.

afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0003.jpg"

Figuur 2.2 Doorsneden gebouwen D en A

Woongebouw B

Dit woongebouw bestaat uit 11 grondgebonden woningen. Hiervan worden 10 woningen gebouwd als 5-kamerwoningen (optioneel 6-kamerwoning) in drie bouwlagen met een opknikkend platte kap (half plat en half naar het zuiden oplopend als lessenaarsdak) met een goot- en nokhoogte van circa 8,5 respectievelijk 10 m. Deze woningen worden gebouwd als deels trapvormig opgebouwde woning. De meest noordelijke woning wordt gebouwd als 5-kamerwoning in 2 bouwlagen. Deze 11 woningen beschikken over een stoep en achtertuinen met berging.

Woongebouw D

Dit blok bestaat uit grondgebonden 4- en 5-kamerwoningen, met een samengesteld lessenaarsdak waarvan de goothoogte aan de voorzijde iets lager ligt (circa. 8,5 m) dan aan de achterzijde (circa. 9,5 m). De nokhoogte ligt op circa 11 m.

Deze woningen worden gebouwd direct aan de noordzijde van de grote waterpartij en zijn ontworpen in een sterke ruimtelijke relatie met het water (woning met steiger en balkon aan de waterzijde). De woningen worden gebouwd op het oorspronkelijke maaiveld. Aansluitend aan het verhoogde maaiveld boven de stallinggarage loopt er echter een overkapping door tot voor deze woningen. De hoofdentree bevindt zich zodoende op de eerste verdieping. Onder deze overkapping worden parkeerplaatsen aangelegd die doorlopen tot iets onder de woning doordat de onderste bouwlaag een inspringing kent. Vanaf het verhoogde maaiveld lijken de woningen dan ook te bestaan uit twee in plaats van drie bouwlagen. De onderste bouwlaag ligt met de eetkeuken direct aan het met een vlonder toegankelijke water.

Woongebouwen appartementen

Woongebouw E en F

Dit appartementencomplex bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk bouwvolume die door middel van een centrale entree met lift- en trappenhuis zijn gekoppeld. Beide bouwvolumes bestaan uit drie woonlagen onder plat dak. Het noordelijk bouwvolume (E) staat op maaiveldniveau; het zuidelijk bouwvolume (F) bevindt zich op de half verdiept gelegen stallinggarage met bergingen. Opvallend aan beide bouwvolumes is het beperkte aantal woonlagen terwijl toch sprake is van een lift.

Het noordelijk deel omvat vier 3-kamer- en twee 2-kamerappartementen met terras of een relatief ver uitkragend balkon. Deze appartementen bezitten een oost- dan wel westoriëntatie op de Ingenieur Lelylaan en worden direct vanuit de centrale entreehal ontsloten. De bovenste woonlaag van dit bouwvolume bestaat uit twee kleinere woningen en liggen iets meer terug ten opzichte van de bestaande woonbebouwing aan de noordzijde van de Ingenieur Lelylaan. De bouwhoogte bedraagt circa 9 m.

afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0004.png"

Figuur 2.3 Woongebouw E en F

Het langgerekte zuidelijk deel heeft 3 woonlagen met elk vier 3-kamerappartementen. Deze appartementen worden vanuit de centrale hal door middel van op het oosten gelegen galerijen ontsloten. Deze appartementen zijn gericht op het westen en zijn aan die zijde voorzien van ver uitkragende balkons. De bouwhoogte bedraagt circa 10,5 m ten opzichte van het normale maaiveld (9 m ten opzichte van het dakniveau van de stallinggarage).

Woongebouw J

Woongebouw J bestaat uit een op hoge kruisende kolommen gebouwd appartementengebouw met negen 4-kamerappartementen onder platte afdekking. De bouwhoogte bedraagt circa 15 m. De kolommen zorgen er voor dat de onderste woonlaag op circa 1,5 verdiepingshoogte boven maaiveld ligt. Door het gebouw op hoge kolommen te plaatsen ontstaat er een relatief hoge open ruimte onder het woongebouw.

Via deze open ruimte is het water ook goed zichtbaar en bereikbaar vanuit de meer centraal gelegen delen van de twee grote verblijfsruimten.  
  afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0005.png"Figuur 2.4 Aanzicht gebouw J
 

De appartementen worden ontsloten door middel van een aan de noordzijde gelegen lift- en trappenhuis met korte galerijen. Per woonlaag worden 3 appartementen gebouwd. De woningen zweven als het ware boven het maaiveld en kragen door de op het zuiden gelegen balkonnen ook ver uit boven het water.

Woongebouw G en K

Dit appartementencomplex bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk bouwvolume die door middel van een centrale entree met lift- en trappenhuis zijn gekoppeld. Het langere, noordelijke bouwvolume (G) bestaat uit een lager deel in drie woonlagen aan de zijde van de Ingenieur Lelylaan en uit een hoger deel in vier woonlagen ten zuiden daarvan. Beide delen zijn afzonderlijk afgedekt door middel van een plat dak. Dit bouwvolume wordt gerealiseerd op maaiveldniveau en omvat 29 3-kamerwoningen. Aan de noordzijde bevat dit bouwblok een extra lift- en trappenhuis. Vanuit de aan de zuid- en noordzijde van dit bouwvolume gelegen lift- en trappenhuizen leidt per woonlaag een verbindende galerij aan de oostzijde van het woongebouw naar de woningen. De woonkamer en een grote slaapkamer kunnen daardoor vrij van passanten worden gelegd op het westen. De bouwhoogte van het uit twee delen bestaand noordelijke bouwvolume bedraagt 9 respectievelijk 12 m.

afbeelding "i_NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101_0006.png"

Figuur 2.5 Doorsneden gebouwen K en G

Het aanmerkelijk kleiner zuidelijk bouwvolume (K) bestaat uit een min of meer met bouwvolume J vergelijkbaar plat afgedekt appartementengebouw op hoge kolommen. Het gebouw staat deels boven de waterpartij en staat dwars op bouwvolume G. Het gebouw biedt ruimte aan 3 woonlagen met elk drie 4-kamerappartementen. De bouwhoogte bedraagt circa 16 m. De kolommen zorgen er voor dat de onderste woonlaag op circa 2 verdiepingshoogten boven maaiveld ligt. Door het gebouw op hoge kolommen te plaatsen is ook hier het water goed zichtbaar en bereikbaar vanuit de meer centraal gelegen delen van de aanliggende grote verblijfsruimten. De appartementen worden ontsloten door middel van een aan de noordzijde gelegen lift- en trappenhuis met korte galerijen. Per woonlaag worden 3 appartementen gebouwd met elk een balkon op het zuiden met uitzicht over het water.

Ontsluiting en parkeren

Het plangebied wordt ontsloten door één autoroute en door middel van drie aansluitingen voor langzaam verkeer van en naar de twee centraal gelegen verblijfsruimten. De autoroute leidt via de westelijk gelegen parkeerzone naar de centraal binnen het plangebied gelegen stallinggarage. Doordat het parkeren wordt opgelost door middel van een stallinggarage en door middel van parkeerzones in de noord- en westrand van het plangebied, kan een groot deel van het plangebied een autovrij of -luw karakter krijgen. De parkeerplaatsen liggen zoveel mogelijk uit het directe zicht vanuit de woningen.