direct naar inhoud van Artikel 2 Wijze van meten
Plan: De Slottuin
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0397.BPSlottuin-0101

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; (in geval van een lessenaarsdak is dit de hoogte aan de hoge zijde van het dak).

2.3 breedte, lengte en diepte van een gebouw

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.

2.4 dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.5 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; (in het geval van een lessenaarsdak is dit de hoogte van de goot aan de lage zijde van het dak).

2.6 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.8 peil
  • a. voor hoofdgebouwen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, waarbij het kunstmatige maaiveld op de stallinggarage niet als maaiveld wordt aangemerkt;
  • b. bij aan- of uitbouwen: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw;
  • c. voor overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
  • d. indien in of boven het water wordt gebouwd: de gemiddelde hoogte van het aan het water aansluitende afgewerkte terrein, waarbij het kunstmatige maaiveld op de stallinggarage niet als maaiveld wordt aangemerkt.

2.9 vloeroppervlakte

de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.